Mosselen zijn zeevruchten met een zilte en fris-zoete smaak. Ze zijn een bron van mineralen, fosfor, ijzer en vitaminen. Een mossel kan op verschillende manieren bereid worden. Ze kunnen rauw worden genuttigd, maar ook gebakken, gekookt of gefrituurd zijn mosselen erg smakelijk. De Zeeuwse mosselen komen uit de Nederlandse wateren in Zeeland.
De hangcultuur mossel wordt gekweekt aan rafelige touwen van tot wel acht meter lang. Het mosselzaad aan de touwen wordt vervolgens omhuld door grofmazige sokken, die de mosselen beschermen terwijl ze zich hechten. De hangcultuur mossel is in vergelijking met de bodemcultuur mossel in de helft van de tijd klaar voor consumptie. Ook bevat deze mossel geen zand, omdat deze niet op de bodem heeft gelegen en is de schelp dunner. De hangcultuur mossel uit Nederland is verkrijgbaar van april tot en met juli. De mosselen halen hun voedsel volledig uit het Zeeuwse zeewater en groeien zo op natuurlijke wijze uit tot smaakvolle schelpdieren.